Çiğdem Yüksel
De bloeiende tuin
Centraal in Mohammeds’ tapijt staat het portret van zijn moeder, gebaseerd op een oude pasfoto uit Marokko – het is de enige foto die hij van haar heeft. Zij wordt omarmd door de levensboom met aan de basis zijn oma, dicht bij de wortel. Links naast de boom vind je zijn vader en een portret van de kleine Mohammed. Rechtsboven herdenkt hij familievriend Kees, voor wie hij lang zorgde en hij beschouwde als ‘zijn vierde kind’, en daaronder zijn gezin, vrouw en kinderen.
Als onofficiële woordvoerder van de Hoge Vucht was Mohammed onontbeerlijk voor de terugkeer van de bibliotheek. Zijn jeugd in Rotterdam werd getekend door zijn veeleisende vader en in 1990 verhuisde hij naar Breda, zijn vrijheid tegemoet. In zijn werk als psychiatrisch verpleegkundige, vrachtwagenchauffeur, vrijwilliger en bestuurslid van de moskee combineerde hij verschillende werelden, altijd met oog voor de ander. Toen de bibliotheek werd wegbezuinigd heeft hij de buurt bij elkaar gebracht om te knokken voor de terugkeer ervan. Want kinderen hebben toegang tot informatie nodig: “kennis is licht, en met licht kun je schijnen”, zegt Mohammed. In de Koran staat dat God klaarstaat voor diegenen die voor anderen klaarstaan. “Ik doe het niet omdat ik er iets voor terug wil, ik doe het juist omdat ik daar niets voor terug krijg.”
Linksonder zien we opa en oma in Turkije. Aan de andere kant staan vader, moeder en Sultan, zij zit temidden van de natuur die ze zo soms zo mist. De twee vliegtuigen verbeelden hun komst naar Nederland. Midden op het tapijt zie je een portret van de hele familie voor de Islamitische slagerij van haar ouders waar Sultan en haar broers vaak werkten. Nu runt ze zelf al 25 jaar haar eigen supermarkt, Capadocia, vernoemt naar de regio waar ze vandaan komt en waar baklava en brood goed verkopen. Linksboven zie je haar drie zoons, Mehmet, Mesut, Mirhan- naast hun moeder, die met een brood in haar armen staat. Boven Sultan zie je haar helpende handen, onder haar schijnt de zon, symbool voor haar levenskracht en warmte.
Eerst werkte Sultan als tolk in het ziekenhuis, het was mooi en dankbaar werk om mensen zo direct te kunnen helpen. Vervolgens runde ze 6 jaar lang haar eigen groothandel in kunstbloemen voor ze haar eigen supermarkt opende. Voor Sultan is familie het allerbelangrijkste, maar haar hart hoort ook bij de Hoge Vucht. Haar winkel is meer dan een supermarkt, het is een sociale ontmoetingsplek waar buurtbewoners altijd terecht kunnen. “Alles wat ze hier vertellen, blijft bij mij,“ vertelt ze. Ze denkt mee, geeft advies, maakt een praatje, of biedt financiële steun. “Er zijn veel ouderen die eenzaam zijn of mensen die het financieel moeilijk hebben”, zegt ze, “dus dan schrijven we het op de bon. Geloof mij, het zijn eerlijke mensen, ze komen allemaal terug.”
Lemia staat midden vooraan, achter haar, in het blauw, bloeien de bloemen van haar stichting La Femme Vitaal. Symbool voor wat zij samen met bewoners heeft laten groeien: een plek waar kinderen, jongeren, moeders en ouderen elkaar ontmoeten, samen eten, samen leren en naar elkaar omkijken. Rechts staat Margie, haar steun en toeverlaat, zonder wie deze droom nooit werkelijkheid was geworden. De twee boksende vrouwen herinneren aan de kickbokslessen waar het allemaal mee begon. Bovenin zie je het Wisselaarpleintje, het bruisende hart van de wijk waar buurtbewoners elkaar dagelijks ontmoeten.
Lemia zag hoe veel vrouwen in haar omgeving geïsoleerd raakten door armoede, gezondheidsproblemen en een gebrek aan kansen. Ze besloot niet af te wachten, maar in beweging te komen. Niet alleen voor zichzelf, maar voor de hele buurt. Wat begon met eenvoudige beweegactiviteiten voor een klein groepje vrouwen groeide uit tot een hechte gemeenschap. In een kwetsbare wijk vonden honderden bewoners bij La Femme Vitaal een tweede thuis. Lemia: “Ik haal energie uit de lachende gezichten van de kinderen, uit de oma’s die vol enthousiasme meedoen, uit de jonge meiden die groeien in hun zelfvertrouwen en uit de moeders die samen met mij voor elkaar zorgen.” Ondanks alle bureaucratische uitdagingen blijft ze zich inzetten voor de mensen die haar het hardst nodig hebben. “Voor de Lemia’tjes van vroeger,” zegt ze. Want als geen ander weet zij hoe belangrijk het is om een plek te hebben waar altijd een vriendelijk gezicht, een luisterend oor en een warm welkom op je wachten.
Vanuit de Moskee groeit de vriendschap van Eda en Sema als bloeiende ranken omhoog. We zien selfies van tien jaar samenwerking, omringd door deeg dat wordt uitgerold en pakketten met eten die tijdens de ramadan worden uitgedeeld, zoals in de jeugdgevangenis van Breda. Linksboven staat de naam van de vrouwenvereniging waar Eda voorzitter is, en daaronder de bus van de jaarlijkse reizen die zij al tien jaar organiseert. Eda en Sema zijn de drijvende krachten achter de activiteiten van de vrouwenvereniging: EHBO-cursussen, thee-avonden of het inpakken van hulpgoederen en verkopen van lahmacun om geld op te halen voor goede doelen. Links en rechts groeien de moerbeibomen; symbool voor liefde en verbinding.
Eda kwam op haar 19e uit Turkije naar Breda en moest haar droom om pedagogie te studeren opgeven. Ze kreeg kinderen, werkte in de tuinbouw en schoonmaak, deed alsnog een opleiding en is nu zorgprofessional in de thuis- en ouderenzorg. Ze sloot zich aan bij het vrijwilligerswerk voor de moskee, waar ze al 14 jaar actief is. Sema kwam op haar 18e via Frankrijk naar Nederland. Zij werkt ook in de thuiszorg, waar ze een luisterend oor biedt aan eenzame ouderen. Hun vriendschap, beginnend met een simpel “hallo” en gegroeid tijdens het leiden van de vrouwenvereniging, is onbreekbaar. “Eda is heel apart, ze is er echt voor iedereen,” zegt Sema over haar vriendin. Eda: “Ik ben trots op Sema. Ze heeft een zacht hart en kijkt altijd goed naar mensen.“ Na jaren van strijd en toewijding groeide de Moskee in de Hoge Vucht uit tot een sociale ontmoetingsplek. “We kunnen op elkaar rekenen en vertrouwen en helpen elkaar binnen de vereniging.”