Noor Abed
we walk in our sleep
De film fungeert als een portaal naar een tussenruimte waar doden en levenden elkaar ontmoeten, gedachten met elkaar uitwisselen en ronddwalen in een domein dat vaak onzichtbaar blijft. De structuur van de film is opgebouwd rond de monologen van twee vrouwen, wier woorden elkaar soms raken en aanvullen en soms ver uit elkaar liggen. Taal staat centraal, als iets dat kan breken, maar ook kracht en zelfbeschikking biedt. De monoloog wordt een daad van verzet die via woorden een boodschap meesmokkelt en aandringt op de noodzaak om weerstand te uiten.
De film stelt een nieuwe ruimtelijke verbeelding voor die Abed ziet als een noodzakelijke tegenkracht – tegen het dominante historische narratief over Palestina. De filmscènes wisselen elkaar af alsof het dromen zijn, toch zijn de mensen in de film bewust aanwezig. De film beweegt zich tussen het sacrale en het moderne en laat die beide werelden tegelijk bestaan. Scènes van het dagelijks leven transformeren soms tot een choreografie uitgevoerd in geometrische groepsformaties – geïnspireerd door onderzoek naar bewegingstheorie en oude culturen. Deze gezamenlijke bewegingen brengen verschillende lagen in de tijd samen: ze verbinden lichamen met plekken van rouw zoals een kerkhof, eeuwenoude architectuur en de sporen die diep verweven zijn in het stedelijke en sociale leven van Palestina.
Het project komt tot stand in opdracht van BredaPhoto en de Biënnale Matter of Art in Praag, met steun van het Mondriaan Fonds en de Han Nefkens Foundation.
Locatie: Carré Chassé